Interview

'Terug naar de essentie, is mijn mantra'

Joost Leemans werkt als strategisch beleidsadviseur bij de gemeente Dordrecht. Hij is begin januari binnen deze gemeente uitgeroepen tot Ambtenaar van het Jaar 2013. Hij las Geef je organisatie toekomst en herkende de vernieuwing van binnenuit waarover dit boek voor hem vooral gaat. ‘Wij zitten ook op zo’n kantelpunt.’

‘Ik heb het afgelopen jaar veel, om met het juryrapport van de Ambtenaar-van-het-jaar-verkiezing te spreken, met mijn poten in de klei gestaan. Ik wil weten waar het beleid dat ik maak, landt. Waar mensen echt tegenaan lopen. Daarom ben ik veel in de wijk, zoek ik burgers op. Als je in een groep mensen staat, voel je wat er gebeurt. Ik wil dat ervaren anders kan ik geen goed beleid ontwikkelen. Door vertrouwen te geven en mensen zelf verantwoordelijkheid te laten nemen, ontdek en onderstreep ik hun eigen kracht. Heldere kaders zijn daarbij belangrijk: ik geef duidelijk aan wat wel en niet kan en als iets niet kan, bekijk ik samen met de betrokkenen naar hoe het wèl kan. Echt verandering realiseren, kunnen we alleen met elkaar.’

‘In plaats van ons paternalistisch op te stellen – “Mevrouw, wij weten wat u nodig heeft en we regelen het voor u”-  zijn we op zoek naar nieuwe vormen van cocreatie en burgerparticipatie. De eigen kracht van burgers wil ik benutten. Hetzelfde geldt voor de innovatie- en denkkracht van bijvoorbeeld welzijn- of zorginstellingen waarmee wij samenwerken. Wij kunnen wel vanuit onze stoel bedenken wat er moet gebeuren en dan ook nog hoe, maar instellingen en burgers weten dat zelf veel beter. Daarom organiseren we een experiment met een 'dragons den'-achtige setting waarbij instellingen kunnen pitchen. De gemeente als maatschappelijk investeerder en instellingen die aangeven wat en hoe zij met publiek geld kunnen bijdragen aan maatschappelijke effecten. Op zo’n manier verandert niet alleen de beleidsvorming maar worden instellingen op een nieuwe wijze geprikkeld om verantwoordelijkheid te nemen. Bovendien zullen ze van elkaar expliciet horen wat ze doen en dat leidt hopelijk tot meer samenwerking. Dan wordt de som groter dan de delen, zeker waar het maatschappelijke effecten betreft.

‘In mijn werk wil ik altijd terugkomen bij de essentie. Alles wat we doen moet terug te voeren zijn op die ene hoofddoelstelling: de participatie en zelfredzaamheid van kwetsbare mensen versterken. Nu werk ik voor mensen die tijdelijk of structureel tegenwind in het leven hebben. Bijvoorbeeld mensen met een handicap, mensen die er financieel slecht voor staan of die een beperkt netwerk hebben. Het doel is hen (weer) mee te laten doen in de maatschappij. Door dat mantra - terug naar de essentie, het waarom - overal te blijven herhalen en te durven experimenteren met je aanpak, komt verandering op gang. Als je in staat bent bij elke vorm van vernieuwing aan te geven wat het verband is met de essentie van je werk, dan krijg je mensen mee. Maar zo’n draai maken, gaat niet snel. Verkokering binnen de gemeente vormt nog wel eens een hindernis. Zo ook de wijze van verantwoording van subsidies: tabellen met aantallen uren inzet en activiteiten. Die geven echt niet aan wat het effect is op de individuele levens van mensen. Ik wil het verhaal achter de rapportages.’